Mattheüs 18:21
“Toen kwam Petrus tot Hem en zeide: Heer, hoe dikwijls zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 18 — omringende verzen
Maar indien hij niet hoort, neem dan nog één of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord bevestigd worde.
17En indien hij weigert naar hen te horen, zeg het aan de gemeente; maar indien hij ook weigert naar de gemeente te horen, laat hij dan voor u zijn als de heiden en de tollenaar.
18Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij op aarde zult binden, zal in de hemel gebonden zijn; en al wat gij op aarde zult ontbinden, zal in de hemel ontbonden zijn.
19Wederom zeg Ik u: als twee van u op aarde eensgezind zijn over enige zaak die zij zullen bidden, die zal hun gedaan worden van mijn Vader, Die in de hemelen is.
20Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in het midden van hen.
Toen kwam Petrus tot Hem en zeide: Heer, hoe dikwijls zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?
Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zeven maal.
23Daarom wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken bij een zeker koning, die rekening wilde houden met zijn dienstknechten.
24En toen hij begon te rekenen, werd er één tot hem gebracht die hem tienduizend talenten schuldig was.
25Maar dewijl hij niets had om te betalen, beval zijn heer dat hij verkocht zou worden, en zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en dat de betaling zou geschieden.
26De dienstknecht viel dan neder en aanbad hem, zeggende: Heer, heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen.