Mattheüs 19:17
“En Hij zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Er is niemand goed dan één, namelijk God; maar indien gij in het leven wilt ingaan, onderhoud de geboden.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 19 — omringende verzen
Want er zijn gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn; en er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben om het Koninkrijk der hemelen. Wie dit kan begrijpen, die begrijpe het.
13Toen werden er kleine kinderen tot Hem gebracht, opdat Hij hun de handen zou opleggen en bidden; maar de discipelen bestraften hen.
14Maar Jezus zeide: Laat de kleine kinderen begaan en verhindert hen niet tot Mij te komen; want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen.
15En Hij legde hun de handen op en vertrok van daar.
16En zie, één kwam tot Hem en zeide: Goede Meester, wat voor goeds moet ik doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
En Hij zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Er is niemand goed dan één, namelijk God; maar indien gij in het leven wilt ingaan, onderhoud de geboden.
Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Gij zult niet doodslaan; gij zult geen overspel plegen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;
19Eer uw vader en uw moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
20De jongeman zeide tot Hem: Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd op; wat ontbreekt mij nog?
21Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben; en kom en volg Mij.
22Maar toen de jongeman dat woord hoorde, ging hij bedroefd heen; want hij had grote bezittingen.