Mattheüs 20:18
“Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen,”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 20 — omringende verzen
Maar hij antwoordde een van hen en zei: Vriend, ik doe u geen onrecht. Hebt u niet met mij ingestemd voor een penning?
14Neem wat van u is en ga uw weg. Ik wil aan deze laatste hetzelfde geven als aan u.
15Is het mij niet geoorloofd te doen wat ik wil met het mijne? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?
16Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
17En toen Jezus naar Jeruzalem opging, nam Hij de twaalf discipelen apart op de weg en zei tot hen:
Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen,
En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten, te geselen en te kruisigen; en op de derde dag zal Hij weer opstaan.
20Toen kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddend en iets van Hem verzoekend.
21En Hij zei tot haar: Wat wilt u? Zij zei tot Hem: Geef dat deze twee zonen van mij mogen zitten, de één aan Uw rechterhand en de ander aan Uw linkerhand, in Uw Koninkrijk.
22Maar Jezus antwoordde en zei: U weet niet wat u vraagt. Kunt u de drinkbeker drinken die Ik drinken zal, en gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het.
23En Hij zei tot hen: Mijn drinkbeker zult u wel drinken, en met de doop waarmee Ik gedoopt word, zult u gedoopt worden; maar het zitten aan Mijn rechterhand en aan Mijn linkerhand is niet aan Mij om te geven, maar het zal gegeven worden aan hen voor wie het bereid is door Mijn Vader.