Mattheüs 20:22
“Maar Jezus antwoordde en zei: U weet niet wat u vraagt. Kunt u de drinkbeker drinken die Ik drinken zal, en gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 20 — omringende verzen
En toen Jezus naar Jeruzalem opging, nam Hij de twaalf discipelen apart op de weg en zei tot hen:
18Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen,
19En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten, te geselen en te kruisigen; en op de derde dag zal Hij weer opstaan.
20Toen kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddend en iets van Hem verzoekend.
21En Hij zei tot haar: Wat wilt u? Zij zei tot Hem: Geef dat deze twee zonen van mij mogen zitten, de één aan Uw rechterhand en de ander aan Uw linkerhand, in Uw Koninkrijk.
Maar Jezus antwoordde en zei: U weet niet wat u vraagt. Kunt u de drinkbeker drinken die Ik drinken zal, en gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het.
En Hij zei tot hen: Mijn drinkbeker zult u wel drinken, en met de doop waarmee Ik gedoopt word, zult u gedoopt worden; maar het zitten aan Mijn rechterhand en aan Mijn linkerhand is niet aan Mij om te geven, maar het zal gegeven worden aan hen voor wie het bereid is door Mijn Vader.
24En toen de tien dit hoorden, ontstaken zij in verontwaardiging over de twee broeders.
25Maar Jezus riep hen tot Zich en zei: U weet dat de vorsten der heidenen heerschappij over hen voeren, en dat de groten gezag over hen uitoefenen.
26Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die zij uw dienaar;
27En wie onder u de eerste wil zijn, die zij uw knecht;