Mattheüs 20:30
“En zie, twee blinden die langs de weg zaten, toen zij hoorden dat Jezus voorbijging, riepen uit: Heer, Zoon van David, ontferm U over ons!”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 20 — omringende verzen
Maar Jezus riep hen tot Zich en zei: U weet dat de vorsten der heidenen heerschappij over hen voeren, en dat de groten gezag over hen uitoefenen.
26Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die zij uw dienaar;
27En wie onder u de eerste wil zijn, die zij uw knecht;
28Gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn leven te geven als losprijs voor velen.
29En toen zij van Jericho vertrokken, volgde een grote menigte Hem.
En zie, twee blinden die langs de weg zaten, toen zij hoorden dat Jezus voorbijging, riepen uit: Heer, Zoon van David, ontferm U over ons!
En de menigte bestrafte hen, opdat zij zouden zwijgen; maar zij riepen des te meer: Heer, Zoon van David, ontferm U over ons!
32En Jezus stond stil en riep hen en zei: Wat wilt u dat Ik u doen zal?
33Zij zeiden tot Hem: Heer, dat onze ogen geopend mogen worden.
34En Jezus had medelijden met hen en raakte hun ogen aan; en terstond ontvingen hun ogen het gezicht, en zij volgden Hem.