VSV
StatenvertalingMattheüs 20:34
“En Jezus had medelijden met hen en raakte hun ogen aan; en terstond ontvingen hun ogen het gezicht, en zij volgden Hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 20 — omringende verzen
29
En toen zij van Jericho vertrokken, volgde een grote menigte Hem.
30En zie, twee blinden die langs de weg zaten, toen zij hoorden dat Jezus voorbijging, riepen uit: Heer, Zoon van David, ontferm U over ons!
31En de menigte bestrafte hen, opdat zij zouden zwijgen; maar zij riepen des te meer: Heer, Zoon van David, ontferm U over ons!
32En Jezus stond stil en riep hen en zei: Wat wilt u dat Ik u doen zal?
33Zij zeiden tot Hem: Heer, dat onze ogen geopend mogen worden.
34
En Jezus had medelijden met hen en raakte hun ogen aan; en terstond ontvingen hun ogen het gezicht, en zij volgden Hem.