Mattheüs 21:12
“En Jezus ging de tempel Gods binnen en dreef allen eruit die in de tempel verkochten en kochten, en Hij keerde de tafels der wisselaars om en de stoelen van hen die de duiven verkochten,”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 21 — omringende verzen
En brachten de ezelin en het veulen, en legden hun klederen op hen, en zetten Hem daarop.
8En een zeer grote menigte spreidde hun klederen op de weg; anderen hieuwen takken van de bomen en spreidden die op de weg.
9En de menigten die vooruitgingen en die volgden, riepen: Hosanna de Zoon van David! Gezegend is Hij die komt in de naam des Heren! Hosanna in de hoogste hemelen!
10En toen Hij Jeruzalem was binnengekomen, werd de gehele stad bewogen en zei: Wie is deze?
11En de menigte zei: Dit is Jezus, de profeet van Nazareth in Galilea.
En Jezus ging de tempel Gods binnen en dreef allen eruit die in de tempel verkochten en kochten, en Hij keerde de tafels der wisselaars om en de stoelen van hen die de duiven verkochten,
En zei tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar u hebt er een rovershol van gemaakt.
14En er kwamen blinden en lammen tot Hem in de tempel; en Hij genas hen.
15En toen de overpriesters en de schriftgeleerden de wonderen zagen die Hij deed, en de kinderen in de tempel die riepen: Hosanna de Zoon van David! waren zij zeer verontwaardigd,
16En zeiden tot Hem: Hoort U wat dezen zeggen? En Jezus zei tot hen: Ja; hebt u nooit gelezen: Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U Uzelf lof bereid?
17En Hij verliet hen en ging de stad uit naar Bethanië, en Hij overnachtte daar.