Mattheüs 22:41
“Terwijl de Farizeeën bijeen waren, vroeg Jezus hun:”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 22 — omringende verzen
Meester, wat is het grote gebod in de wet?
37En Jezus zeide tot hem: Gij zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, en met heel uw ziel, en met heel uw verstand.
38Dit is het eerste en grote gebod.
39En het tweede is daaraan gelijk: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
40Aan deze twee geboden hangt de gehele wet en de profeten.
Terwijl de Farizeeën bijeen waren, vroeg Jezus hun:
Zeggende: Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: De Zoon van David.
43Hij zeide tot hen: Hoe noemt David Hem dan in de Geest Heer, zeggende:
44De HEER heeft gezegd tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gesteld zal hebben als een voetbank voor Uw voeten?
45Als David Hem dan Heer noemt, hoe is Hij dan zijn Zoon?
46En niemand was in staat Hem een woord te antwoorden, noch durfde iemand Hem van die dag af nog meer vragen te stellen.