VSV
StatenvertalingMattheüs 22:43
“Hij zeide tot hen: Hoe noemt David Hem dan in de Geest Heer, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 22 — omringende verzen
38
Dit is het eerste en grote gebod.
39En het tweede is daaraan gelijk: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
40Aan deze twee geboden hangt de gehele wet en de profeten.
41Terwijl de Farizeeën bijeen waren, vroeg Jezus hun:
42Zeggende: Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: De Zoon van David.
43
44Hij zeide tot hen: Hoe noemt David Hem dan in de Geest Heer, zeggende:
De HEER heeft gezegd tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gesteld zal hebben als een voetbank voor Uw voeten?
45Als David Hem dan Heer noemt, hoe is Hij dan zijn Zoon?
46En niemand was in staat Hem een woord te antwoorden, noch durfde iemand Hem van die dag af nog meer vragen te stellen.