Mattheüs 26:72
“En weer ontkende hij het met een eed: Ik ken die man niet.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
Toen spuwden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem met de vuist; en anderen gaven Hem slagen met de vlakke hand,
68zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het die U geslagen heeft?
69Petrus nu zat buiten op de binnenplaats; en een dienstmaagd kwam tot hem en zei: Ook u was met Jezus de Galileeër.
70Maar hij ontkende het voor hen allen en zei: Ik weet niet wat u zegt.
71En toen hij naar de voorportaal gegaan was, zag een andere dienstmaagd hem, en zij zei tot hen die daar waren: Deze was ook met Jezus van Nazareth.
En weer ontkende hij het met een eed: Ik ken die man niet.
En na een korte tijd kwamen zij die daar stonden tot Petrus en zeiden: Waarlijk, ook u bent een van hen; want uw spraak verraadt u.
74Toen begon hij te vloeken en te zweren: Ik ken die man niet. En terstond kraaide de haan.
75En Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Voordat de haan kraait, zult u Mij driemaal verloochenen. En hij ging naar buiten en weende bitter.