Mattheüs 27:21
“De landvoogd antwoordde en zei tot hen: Welke van de twee wilt u dat ik u vrijlaat? Zij zeiden: Barabbas.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 27 — omringende verzen
En zij hadden toen een bekende gevangene, genaamd Barabbas.
17Toen zij dan bijeengekomen waren, zei Pilatus tot hen: Wie wilt u dat ik u vrijlaat, Barabbas of Jezus, Die Christus genoemd wordt?
18Want hij wist dat zij Hem uit nijd overgeleverd hadden.
19Terwijl hij op de rechterstoel zat, stuurde zijn vrouw hem de boodschap: Bemoei u niet met die rechtvaardige Man, want ik heb heden in een droom veel geleden om Zijnentwil.
20Maar de overpriesters en de oudsten overreedden het volk, dat zij Barabbas zouden vragen en Jezus zouden doden.
De landvoogd antwoordde en zei tot hen: Welke van de twee wilt u dat ik u vrijlaat? Zij zeiden: Barabbas.
Pilatus zei tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die Christus genoemd wordt? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden.
23En de landvoogd zei: Welk kwaad heeft Hij dan gedaan? Maar zij riepen des te meer: Laat Hem gekruisigd worden.
24Toen Pilatus zag dat hij niets uitrichtte, maar dat er veeleer oproer ontstond, nam hij water en waste zijn handen voor de menigte, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtvaardige; zie gij dat zelf maar.
25En al het volk antwoordde en zei: Zijn bloed zij over ons en over onze kinderen.
26Toen liet hij hun Barabbas vrij; en nadat hij Jezus gegeseld had, leverde hij Hem over om gekruisigd te worden.