Mattheüs 27:26
“Toen liet hij hun Barabbas vrij; en nadat hij Jezus gegeseld had, leverde hij Hem over om gekruisigd te worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 27 — omringende verzen
De landvoogd antwoordde en zei tot hen: Welke van de twee wilt u dat ik u vrijlaat? Zij zeiden: Barabbas.
22Pilatus zei tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die Christus genoemd wordt? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden.
23En de landvoogd zei: Welk kwaad heeft Hij dan gedaan? Maar zij riepen des te meer: Laat Hem gekruisigd worden.
24Toen Pilatus zag dat hij niets uitrichtte, maar dat er veeleer oproer ontstond, nam hij water en waste zijn handen voor de menigte, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtvaardige; zie gij dat zelf maar.
25En al het volk antwoordde en zei: Zijn bloed zij over ons en over onze kinderen.
Toen liet hij hun Barabbas vrij; en nadat hij Jezus gegeseld had, leverde hij Hem over om gekruisigd te worden.
Toen namen de soldaten van de landvoogd Jezus mee naar het gerechtsgebouw en verzamelden de hele bende rondom Hem.
28En zij trokken Hem zijn klederen uit en deden Hem een scharlaken mantel aan.
29En zij vlochten een kroon van doornen en zetten die op Zijn hoofd, en een riet in Zijn rechterhand; en zij knielden voor Hem neer en spotten met Hem, zeggende: Wees gegroet, Koning der Joden!
30En zij spuwden op Hem, namen het riet en sloegen Hem op het hoofd.
31En nadat zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de mantel uit, deden Hem Zijn eigen klederen aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen.