Mattheüs 27:42
“Hij heeft anderen verlost; Zichzelf kan Hij niet verlossen. Indien Hij de Koning van Israël is, laat Hem nu afkomen van het kruis, en wij zullen Hem geloven.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 27 — omringende verzen
En zij stelden boven Zijn hoofd Zijn aanklacht op, geschreven: DIT IS JEZUS, DE KONING DER JODEN.
38Toen werden er twee moordenaars met Hem gekruisigd, één aan de rechterhand en één aan de linkerhand.
39En de voorbijgangers lasterden Hem, hun hoofden schuddend,
40En zeggende: U, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf. Indien U de Zoon van God bent, kom dan af van het kruis.
41Evenzo spotten ook de overpriesters met Hem, samen met de schriftgeleerden en ouderlingen, en zeiden:
Hij heeft anderen verlost; Zichzelf kan Hij niet verlossen. Indien Hij de Koning van Israël is, laat Hem nu afkomen van het kruis, en wij zullen Hem geloven.
Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen, indien Hij Hem welgezind is; want Hij heeft gezegd: Ik ben de Zoon van God.
44En de moordenaars die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem op dezelfde wijze.
45Nu was er vanaf het zesde uur duisternis over het gehele land tot het negende uur.
46En omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachthani? dat wil zeggen: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
47Sommigen van hen die daar stonden, zeiden, toen zij dat hoorden: Deze Man roept om Elias.