Mattheüs 27:46
“En omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachthani? dat wil zeggen: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 27 — omringende verzen
Evenzo spotten ook de overpriesters met Hem, samen met de schriftgeleerden en ouderlingen, en zeiden:
42Hij heeft anderen verlost; Zichzelf kan Hij niet verlossen. Indien Hij de Koning van Israël is, laat Hem nu afkomen van het kruis, en wij zullen Hem geloven.
43Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen, indien Hij Hem welgezind is; want Hij heeft gezegd: Ik ben de Zoon van God.
44En de moordenaars die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem op dezelfde wijze.
45Nu was er vanaf het zesde uur duisternis over het gehele land tot het negende uur.
En omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachthani? dat wil zeggen: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
Sommigen van hen die daar stonden, zeiden, toen zij dat hoorden: Deze Man roept om Elias.
48En terstond liep één van hen, nam een spons, vulde die met azijn, stak die op een riet en gaf Hem te drinken.
49De overigen zeiden: Laat staan, laat ons zien of Elias komt om Hem te verlossen.
50En Jezus riep nogmaals met luider stem en gaf de geest.
51En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de rotsen spleten;