Mattheüs 27:5
“En hij wierp de zilverstukken in de tempel neer en vertrok; en hij ging heen en hing zichzelf op.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 27 — omringende verzen
Toen de morgen gekomen was, beraadslaagden alle overpriesters en oudsten van het volk samen tegen Jezus, om Hem ter dood te brengen.
2En zij boeiden Hem, leidden Hem weg en leverden Hem over aan Pontius Pilatus, de landvoogd.
3Toen Judas, die Hem verraden had, zag dat Hij veroordeeld was, kreeg hij berouw en bracht de dertig zilverstukken terug aan de overpriesters en oudsten,
4zeggende: Ik heb gezondigd door onschuldig bloed te verraden. Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Zie gij dat zelf maar.
En hij wierp de zilverstukken in de tempel neer en vertrok; en hij ging heen en hing zichzelf op.
En de overpriesters namen de zilverstukken op en zeiden: Het is niet geoorloofd deze in de schatkist te leggen, want het is bloedgeld.
7En zij beraadslaagden en kochten daarmee de akker van de pottenbakker, om vreemdelingen te begraven.
8Daarom wordt die akker tot op de huidige dag de Bloedakker genoemd.
9Toen werd vervuld hetgeen gesproken was door de profeet Jeremia: En zij namen de dertig zilverstukken, de prijs van Hem Die geschat werd, Die zij geschat hadden van de kinderen Israëls,
10en gaven die voor de akker van de pottenbakker, zoals de Heer mij bevolen had.