Mattheüs 27:7
“En zij beraadslaagden en kochten daarmee de akker van de pottenbakker, om vreemdelingen te begraven.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 27 — omringende verzen
En zij boeiden Hem, leidden Hem weg en leverden Hem over aan Pontius Pilatus, de landvoogd.
3Toen Judas, die Hem verraden had, zag dat Hij veroordeeld was, kreeg hij berouw en bracht de dertig zilverstukken terug aan de overpriesters en oudsten,
4zeggende: Ik heb gezondigd door onschuldig bloed te verraden. Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Zie gij dat zelf maar.
5En hij wierp de zilverstukken in de tempel neer en vertrok; en hij ging heen en hing zichzelf op.
6En de overpriesters namen de zilverstukken op en zeiden: Het is niet geoorloofd deze in de schatkist te leggen, want het is bloedgeld.
En zij beraadslaagden en kochten daarmee de akker van de pottenbakker, om vreemdelingen te begraven.
Daarom wordt die akker tot op de huidige dag de Bloedakker genoemd.
9Toen werd vervuld hetgeen gesproken was door de profeet Jeremia: En zij namen de dertig zilverstukken, de prijs van Hem Die geschat werd, Die zij geschat hadden van de kinderen Israëls,
10en gaven die voor de akker van de pottenbakker, zoals de Heer mij bevolen had.
11En Jezus stond voor de landvoogd; en de landvoogd vroeg Hem: Bent U de Koning der Joden? En Jezus zei tot hem: U zegt het.
12En toen Hij door de overpriesters en oudsten beschuldigd werd, antwoordde Hij niets.