Mattheüs 3:11
“Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is machtiger dan ik; ik ben niet waardig Zijn sandalen te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur;”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 3 — omringende verzen
En zij werden door hem gedoopt in de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.
7Maar toen hij vele Farizeeën en Sadduceeën tot zijn doop zag komen, zei hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u gewaarschuwd te vluchten voor de komende toorn?
8Brengt dan vruchten voort die bij de bekering passen;
9En denkt niet bij uzelf: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u dat God uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.
10En ook nu ligt de bijl al aan de wortel van de bomen; iedere boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is machtiger dan ik; ik ben niet waardig Zijn sandalen te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur;
Zijn wan is in Zijn hand, en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.
13Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om door hem gedoopt te worden.
14Maar Johannes weerhield Hem, zeggende: Ik heb nodig door U gedoopt te worden, en komt U tot mij?
15En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Laat het nu zo geschieden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij het Hem toe.
16En Jezus, toen Hij gedoopt was, ging terstond op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest Gods neerdalen als een duif en op Hem komen.