Mattheüs 3:9
“En denkt niet bij uzelf: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u dat God uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 3 — omringende verzen
Deze Johannes nu droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing.
5Toen liep heel Jeruzalem naar hem uit, en heel Judea, en heel de omgeving van de Jordaan,
6En zij werden door hem gedoopt in de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.
7Maar toen hij vele Farizeeën en Sadduceeën tot zijn doop zag komen, zei hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u gewaarschuwd te vluchten voor de komende toorn?
8Brengt dan vruchten voort die bij de bekering passen;
En denkt niet bij uzelf: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u dat God uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.
En ook nu ligt de bijl al aan de wortel van de bomen; iedere boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
11Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is machtiger dan ik; ik ben niet waardig Zijn sandalen te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur;
12Zijn wan is in Zijn hand, en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.
13Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om door hem gedoopt te worden.
14Maar Johannes weerhield Hem, zeggende: Ik heb nodig door U gedoopt te worden, en komt U tot mij?