Mattheüs 4:8
“Wederom nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg en toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid,”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 4 — omringende verzen
En de verzoeker kwam tot Hem en zeide: Indien U de Zoon Gods bent, zeg dat deze stenen brood worden.
4Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: De mens zal niet alleen van brood leven, maar van elk woord dat uit de mond Gods voortkomt.
5Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en stelde Hem op de tinne van de tempel,
6En zeide tot Hem: Indien U de Zoon Gods bent, werp U omlaag, want er staat geschreven: Hij zal Zijn engelen bevel geven over U, en op de handen zullen zij U dragen, opdat U Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
7Jezus zeide tot hem: Wederom staat er geschreven: U zult de Heer, uw God, niet verzoeken.
Wederom nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg en toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid,
En zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien U nedervalt en mij aanbidt.
10Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: U zult de Heer, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen.
11Toen verliet de duivel Hem, en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
12Toen nu Jezus gehoord had dat Johannes gevangengezet was, vertrok Hij naar Galilea.
13En Hij verliet Nazareth, kwam en woonde te Kapernaüm, dat aan de zee ligt, in het grensgebied van Zebulon en Nafthali,