Mattheüs 4:11
“Toen verliet de duivel Hem, en zie, engelen kwamen en dienden Hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 4 — omringende verzen
En zeide tot Hem: Indien U de Zoon Gods bent, werp U omlaag, want er staat geschreven: Hij zal Zijn engelen bevel geven over U, en op de handen zullen zij U dragen, opdat U Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
7Jezus zeide tot hem: Wederom staat er geschreven: U zult de Heer, uw God, niet verzoeken.
8Wederom nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg en toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid,
9En zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien U nedervalt en mij aanbidt.
10Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: U zult de Heer, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen.
Toen verliet de duivel Hem, en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
Toen nu Jezus gehoord had dat Johannes gevangengezet was, vertrok Hij naar Galilea.
13En Hij verliet Nazareth, kwam en woonde te Kapernaüm, dat aan de zee ligt, in het grensgebied van Zebulon en Nafthali,
14Opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, zeggende:
15Het land Zebulon en het land Nafthali, de weg naar de zee, over de Jordaan, Galilea der heidenen:
16Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien, en voor hen die zaten in het land en de schaduw des doods, is het licht opgegaan.