Mattheüs 4:14
“Opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 4 — omringende verzen
En zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien U nedervalt en mij aanbidt.
10Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: U zult de Heer, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen.
11Toen verliet de duivel Hem, en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
12Toen nu Jezus gehoord had dat Johannes gevangengezet was, vertrok Hij naar Galilea.
13En Hij verliet Nazareth, kwam en woonde te Kapernaüm, dat aan de zee ligt, in het grensgebied van Zebulon en Nafthali,
Opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, zeggende:
Het land Zebulon en het land Nafthali, de weg naar de zee, over de Jordaan, Galilea der heidenen:
16Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien, en voor hen die zaten in het land en de schaduw des doods, is het licht opgegaan.
17Van die tijd aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
18En Jezus, wandelende langs de zee van Galilea, zag twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, zijn broeder, die een net in de zee wierpen, want zij waren vissers.
19En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.