Mattheüs 4:19
“En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 4 — omringende verzen
Opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, zeggende:
15Het land Zebulon en het land Nafthali, de weg naar de zee, over de Jordaan, Galilea der heidenen:
16Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien, en voor hen die zaten in het land en de schaduw des doods, is het licht opgegaan.
17Van die tijd aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
18En Jezus, wandelende langs de zee van Galilea, zag twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, zijn broeder, die een net in de zee wierpen, want zij waren vissers.
En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.
En zij verlieten terstond hun netten en volgden Hem.
21En vandaar verder gaande, zag Hij twee andere broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, in het schip met Zebedeüs, hun vader, hun netten versterkende; en Hij riep hen.
22En zij verlieten onmiddellijk het schip en hun vader, en volgden Hem.
23En Jezus ging rond in heel Galilea, lerend in hun synagogen en predikend het Evangelie van het Koninkrijk, en genezend alle ziekte en alle kwaal onder het volk.
24En Zijn faam ging uit door heel Syrië, en zij brachten tot Hem allen die ziek waren, die met allerlei ziekten en pijnen bevangen waren, en die bezeten waren van boze geesten, en maanzieke en verlamden; en Hij genas hen.