Mattheüs 4:18
“En Jezus, wandelende langs de zee van Galilea, zag twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, zijn broeder, die een net in de zee wierpen, want zij waren vissers.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 4 — omringende verzen
En Hij verliet Nazareth, kwam en woonde te Kapernaüm, dat aan de zee ligt, in het grensgebied van Zebulon en Nafthali,
14Opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, zeggende:
15Het land Zebulon en het land Nafthali, de weg naar de zee, over de Jordaan, Galilea der heidenen:
16Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien, en voor hen die zaten in het land en de schaduw des doods, is het licht opgegaan.
17Van die tijd aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
En Jezus, wandelende langs de zee van Galilea, zag twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, zijn broeder, die een net in de zee wierpen, want zij waren vissers.
En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.
20En zij verlieten terstond hun netten en volgden Hem.
21En vandaar verder gaande, zag Hij twee andere broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, in het schip met Zebedeüs, hun vader, hun netten versterkende; en Hij riep hen.
22En zij verlieten onmiddellijk het schip en hun vader, en volgden Hem.
23En Jezus ging rond in heel Galilea, lerend in hun synagogen en predikend het Evangelie van het Koninkrijk, en genezend alle ziekte en alle kwaal onder het volk.