Mattheüs 4:16
“Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien, en voor hen die zaten in het land en de schaduw des doods, is het licht opgegaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 4 — omringende verzen
Toen verliet de duivel Hem, en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
12Toen nu Jezus gehoord had dat Johannes gevangengezet was, vertrok Hij naar Galilea.
13En Hij verliet Nazareth, kwam en woonde te Kapernaüm, dat aan de zee ligt, in het grensgebied van Zebulon en Nafthali,
14Opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, zeggende:
15Het land Zebulon en het land Nafthali, de weg naar de zee, over de Jordaan, Galilea der heidenen:
Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien, en voor hen die zaten in het land en de schaduw des doods, is het licht opgegaan.
Van die tijd aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
18En Jezus, wandelende langs de zee van Galilea, zag twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, zijn broeder, die een net in de zee wierpen, want zij waren vissers.
19En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.
20En zij verlieten terstond hun netten en volgden Hem.
21En vandaar verder gaande, zag Hij twee andere broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, in het schip met Zebedeüs, hun vader, hun netten versterkende; en Hij riep hen.