Mattheüs 7:8
“Want een ieder die vraagt, ontvangt; en wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, zal opengedaan worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 7 — omringende verzen
En waarom ziet u de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op?
4Of hoe zult u tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog halen; terwijl er een balk in uw eigen oog is?
5Huichelaar, haal eerst de balk uit uw eigen oog, en dan zult u duidelijk zien om de splinter uit het oog van uw broeder te halen.
6Geeft het heilige niet aan de honden, en werpt uw parels niet voor de zwijnen, opdat zij deze niet met hun poten vertrappen en zich omwenden en u verscheuren.
7Vraagt, en u zal gegeven worden; zoekt, en u zult vinden; klopt, en er zal voor u opengedaan worden;
Want een ieder die vraagt, ontvangt; en wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, zal opengedaan worden.
Of welke man is er onder u die, wanneer zijn zoon om brood vraagt, hem een steen zal geven?
10Of wanneer hij om een vis vraagt, zal hij hem een slang geven?
11Indien dan u, hoewel u slecht bent, weet goede gaven aan uw kinderen te geven, hoeveel te meer zal uw Vader Die in de hemel is, het goede geven aan hen die Hem bidden?
12Daarom, al wat u wilt dat de mensen u zouden doen, doe dat ook hun; want dit is de Wet en de Profeten.
13Ga in door de enge poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan.