Terug naar Micha 2
VSV
Statenvertaling

Micha 2:9

De vrouwen van Mijn volk hebt gij verdreven uit haar lieflijke huizen; van haar kinderen hebt gij Mijn heerlijkheid weggenomen voor altijd.

Kruisverwijzingen

Context

Micha 2 — omringende verzen

4

Te dien dage zal men een spotlied over u aanheffen, en een bittere klaagzang klagen en zeggen: Wij zijn volkomen verwoest; het erfdeel van mijn volk heeft Hij veranderd; hoe heeft Hij het van mij weggenomen! Hij heeft onze akkers verdeeld aan wie ons verlaten.

5

Daarom zult gij niemand hebben die een meetsnoer werpt bij het lot in de vergadering van de HEER.

6

Profeteert niet, zeggen zij tot de profeten; zij mogen niet profeteren, opdat schande hun niet treffe.

7

Gij die het huis van Jakob wordt genoemd, is de Geest van de HEER bekrompen? Zijn dit Zijn daden? Doen Mijn woorden geen goed aan hem die oprecht wandelt?

8

Van ouds is Mijn volk opgestaan als een vijand; gij trekt de mantel en het kleed af van hen die voorbijgaan zonder argwaan, als mannen die van oorlog zijn afkerig.

9

De vrouwen van Mijn volk hebt gij verdreven uit haar lieflijke huizen; van haar kinderen hebt gij Mijn heerlijkheid weggenomen voor altijd.

10

Staat op en vertrekt; want dit is niet uw rustplaats; omdat zij verontreinigd is, zal zij u verderven, ja met een bitter verderf.

11

Indien een man met wind en bedrog wandelt en liegt en zegt: Ik zal u profeteren van wijn en sterke drank, dan zal hij de profeet zijn van dit volk.

12

Ik zal u zeker bijeenverzamelen, o Jakob, u geheel en al; Ik zal zeker de rest van Israël bijeenverzamelen; Ik zal hen samenbrengen als de schapen van Bozra, als een kudde in het midden van haar kooi; zij zullen luid weerklinken van wege de menigte der mensen.

13

De Doorbreker is voor hen opgetrokken; zij hebben zich een doorbraak gemaakt en zijn door de poort getrokken en daardoor naar buiten gegaan; en hun koning zal voor hen uitgaan, en de HEER aan hun hoofd.