Micha 3:9
“Hoort dit toch, gij hoofden van het huis van Jakob, en gij vorsten van het huis Israëls, die het recht verafschuwen en al het rechte verdraaien.”
Kruisverwijzingen
Context
Micha 3 — omringende verzen
Dan zullen zij roepen tot de HEER, maar Hij zal hen niet verhoren; Hij zal Zijn aangezicht voor hen verbergen te dier tijd, gelijk als zij kwaad deden in hun handelingen.
5Zo zegt de HEER aangaande de profeten die Mijn volk doen dwalen, die bijten met hun tanden en roepen: Vrede; maar wie niets in hun mond legt, diegene bereiden zij de oorlog.
6Daarom zal de nacht over u zijn, zodat gij geen gezicht zult hebben; en duisternis zal over u zijn, zodat gij niet zult waarzeggen; en de zon zal ondergaan over de profeten, en de dag zal donker over hen zijn.
7Dan zullen de zieners beschaamd staan, en de waarzeggers zullen verward zijn; ja, zij zullen allen de lippen bedekken, want er is geen antwoord van God.
8Maar ik waarlijk ben vol kracht door de Geest van de HEER, en van oordeel en van sterkte, om Jakob zijn overtreding te verkondigen en Israël zijn zonde.
Hoort dit toch, gij hoofden van het huis van Jakob, en gij vorsten van het huis Israëls, die het recht verafschuwen en al het rechte verdraaien.
Zij bouwen Sion op met bloed, en Jeruzalem met ongerechtigheid.
11De hoofden daarvan spreken recht om geschenken, en de priesters daarvan leren om loon, en de profeten daarvan waarzeggen om geld; en toch steunen zij op de HEER en zeggen: Is de HEER niet in ons midden? Er kan ons geen kwaad overkomen.
12Daarom zal Sion om uwentwil geploegd worden als een akker, en Jeruzalem zal worden tot steenhopen, en de berg van het huis tot een beboste hoogte.