Micha 7:1
“Wee mij! want ik ben als wanneer zij de zomervruchten hebben ingezameld, als de nalezing van de wijnoogst: er is geen druiventros om te eten; mijn ziel begeert de vroege vijgen.”
Kruisverwijzingen
Context
Micha 7 — omringende verzen
Wee mij! want ik ben als wanneer zij de zomervruchten hebben ingezameld, als de nalezing van de wijnoogst: er is geen druiventros om te eten; mijn ziel begeert de vroege vijgen.
De vrome is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren allen op bloed; zij jagen ieder zijn broeder met een net.
3Om kwaad te doen met beide handen ijverig, vraagt de vorst, en de rechter vraagt om een beloning; en de grote man, hij spreekt zijn verderfelijk verlangen uit: zo winden zij het in.
4De beste van hen is als een doornstruik; de meest oprechte is scherper dan een doornhaag; de dag van uw wachters en uw bezoeking komt; nu zal hun verwarring zijn.
5Vertrouwt niet op een vriend, stelt geen vertrouwen in een leidsman; bewaart de deuren van uw mond voor haar die in uw schoot rust.
6Want de zoon onteert de vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; de vijanden van een man zijn de lieden van zijn eigen huis.