Nehemia 12:19
“En van Jojarib, Mattenai; van Jedaja, Uzzi;”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 12 — omringende verzen
Van Melicu, Jonatan; van Sebanja, Jozef;
15Van Harim, Adna; van Merajot, Helkai;
16Van Iddo, Zacharia; van Ginneton, Mesullam;
17Van Abia, Zichri; van Minjamin en van Moädja, Piltai;
18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonatan;
En van Jojarib, Mattenai; van Jedaja, Uzzi;
Van Sallai, Kallai; van Amok, Eber;
21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneël.
22De Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jojada, en Johanan, en Jaddua opgetekend als hoofden der vaderen; ook de priesters, tot aan het regeringsbewind van Darius, de Pers.
23De zonen van Levi, de hoofden der vaderen, werden opgeschreven in het boek der kronieken, tot aan de dagen van Johanan, de zoon van Eljasib.
24En de hoofden der Levieten waren: Hasabja, Serebja en Jesua, de zoon van Kadmiël, met hun broeders tegenover hen, om te loven en te danken, volgens het gebod van David, de man Gods, wacht tegenover wacht.