Nehemia 12:21
“Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneël.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 12 — omringende verzen
Van Iddo, Zacharia; van Ginneton, Mesullam;
17Van Abia, Zichri; van Minjamin en van Moädja, Piltai;
18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonatan;
19En van Jojarib, Mattenai; van Jedaja, Uzzi;
20Van Sallai, Kallai; van Amok, Eber;
Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneël.
De Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jojada, en Johanan, en Jaddua opgetekend als hoofden der vaderen; ook de priesters, tot aan het regeringsbewind van Darius, de Pers.
23De zonen van Levi, de hoofden der vaderen, werden opgeschreven in het boek der kronieken, tot aan de dagen van Johanan, de zoon van Eljasib.
24En de hoofden der Levieten waren: Hasabja, Serebja en Jesua, de zoon van Kadmiël, met hun broeders tegenover hen, om te loven en te danken, volgens het gebod van David, de man Gods, wacht tegenover wacht.
25Mattanja, en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon, Akkub waren poortwachters die de wacht hielden bij de dorpels der poorten.
26Dezen waren er in de dagen van Jojakim, de zoon van Jesua, de zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, de landvoogd, en van Ezra, de priester, de schriftgeleerde.