Terug naar Nehemia 12
VSV
Statenvertaling

Nehemia 12:26

Dezen waren er in de dagen van Jojakim, de zoon van Jesua, de zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, de landvoogd, en van Ezra, de priester, de schriftgeleerde.

Kruisverwijzingen

Context

Nehemia 12 — omringende verzen

21

Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneël.

22

De Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jojada, en Johanan, en Jaddua opgetekend als hoofden der vaderen; ook de priesters, tot aan het regeringsbewind van Darius, de Pers.

23

De zonen van Levi, de hoofden der vaderen, werden opgeschreven in het boek der kronieken, tot aan de dagen van Johanan, de zoon van Eljasib.

24

En de hoofden der Levieten waren: Hasabja, Serebja en Jesua, de zoon van Kadmiël, met hun broeders tegenover hen, om te loven en te danken, volgens het gebod van David, de man Gods, wacht tegenover wacht.

25

Mattanja, en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon, Akkub waren poortwachters die de wacht hielden bij de dorpels der poorten.

26

Dezen waren er in de dagen van Jojakim, de zoon van Jesua, de zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, de landvoogd, en van Ezra, de priester, de schriftgeleerde.

27

En bij de inwijding van de muur van Jeruzalem zochten zij de Levieten uit al hun plaatsen op, om hen naar Jeruzalem te brengen, teneinde de inwijding te houden met blijdschap, en met lofzangen, en met gezang, met cimbalen, met luiten en met harpen.

28

En de zonen der zangers verzamelden zich, zowel uit de vlakte rondom Jeruzalem, als uit de dorpen der Netofatieten;

29

Ook uit Bet-gilgal, en uit de akkers van Geba en Azmawet, want de zangers hadden zich dorpen gebouwd rondom Jeruzalem.

30

En de priesters en de Levieten reinigden zichzelf, en zij reinigden het volk, en de poorten, en de muur.

31

Toen bracht ik de vorsten van Juda op de muur, en ik stelde twee grote koren aan die dankzegden, waarvan het ene naar rechts ging op de muur, naar de Mestpoort toe;