Nehemia 12:25
“Mattanja, en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon, Akkub waren poortwachters die de wacht hielden bij de dorpels der poorten.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 12 — omringende verzen
Van Sallai, Kallai; van Amok, Eber;
21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneël.
22De Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jojada, en Johanan, en Jaddua opgetekend als hoofden der vaderen; ook de priesters, tot aan het regeringsbewind van Darius, de Pers.
23De zonen van Levi, de hoofden der vaderen, werden opgeschreven in het boek der kronieken, tot aan de dagen van Johanan, de zoon van Eljasib.
24En de hoofden der Levieten waren: Hasabja, Serebja en Jesua, de zoon van Kadmiël, met hun broeders tegenover hen, om te loven en te danken, volgens het gebod van David, de man Gods, wacht tegenover wacht.
Mattanja, en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon, Akkub waren poortwachters die de wacht hielden bij de dorpels der poorten.
Dezen waren er in de dagen van Jojakim, de zoon van Jesua, de zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, de landvoogd, en van Ezra, de priester, de schriftgeleerde.
27En bij de inwijding van de muur van Jeruzalem zochten zij de Levieten uit al hun plaatsen op, om hen naar Jeruzalem te brengen, teneinde de inwijding te houden met blijdschap, en met lofzangen, en met gezang, met cimbalen, met luiten en met harpen.
28En de zonen der zangers verzamelden zich, zowel uit de vlakte rondom Jeruzalem, als uit de dorpen der Netofatieten;
29Ook uit Bet-gilgal, en uit de akkers van Geba en Azmawet, want de zangers hadden zich dorpen gebouwd rondom Jeruzalem.
30En de priesters en de Levieten reinigden zichzelf, en zij reinigden het volk, en de poorten, en de muur.