Terug naar Nehemia 12
VSV
Statenvertaling

Nehemia 12:44

En te dien tijde werden sommigen aangesteld over de kamers voor de schatten, voor de offergaven, voor de eerstelingen en voor de tienden, om daarin uit de velden der steden de wettelijke delen voor de priesters en de Levieten te verzamelen; want Juda verheugde zich over de priesters en over de Levieten die dienden.

Kruisverwijzingen

Context

Nehemia 12 — omringende verzen

39

En van boven de Efraïmpoort, en boven de Oude Poort, en boven de Vispoort, en de toren van Hananeel, en de toren van Meah, tot aan de Schaapspoort: en zij bleven staan bij de Gevangenispoort.

40

Zo stonden de twee gezelschappen van hen die dankzegging uitbrachten in het huis Gods, en ik, en de helft van de oversten met mij:

41

En de priesters: Eljakim, Maäseja, Miniamin, Michaja, Eljoënai, Zacharia en Hananja, met trompetten;

42

En Maäseja en Semaja, en Eleazar en Uzzi, en Johanan en Malkija, en Elam en Ezer. En de zangers zongen luid, met Jezrahja hun aanvoerder.

43

Ook offerden zij op die dag grote offers en verheugden zich; want God had hen verblijd met grote vreugde; ook de vrouwen en de kinderen verheugden zich, zodat de vreugde van Jeruzalem van verre werd gehoord.

44

En te dien tijde werden sommigen aangesteld over de kamers voor de schatten, voor de offergaven, voor de eerstelingen en voor de tienden, om daarin uit de velden der steden de wettelijke delen voor de priesters en de Levieten te verzamelen; want Juda verheugde zich over de priesters en over de Levieten die dienden.

45

En zowel de zangers als de poortwachters hielden de wacht van hun God, en de wacht van de reiniging, overeenkomstig het gebod van David en van zijn zoon Salomo.

46

Want in de dagen van David en Asaf van ouds waren er hoofden van de zangers, en liederen van lof en dankzegging aan God.

47

En geheel Israël gaf in de dagen van Zerubbabel en in de dagen van Nehemia de delen der zangers en der poortwachters, elke dag zijn deel; en zij heiligden heilige dingen voor de Levieten, en de Levieten heiligden ze voor de zonen van Aäron.