Nehemia 3:11
“Malchija, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab, herstelden het andere gedeelte, en de toren der ovens.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 3 — omringende verzen
Bovendien herstelden de Oude Poort Joiada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besoderja; zij legden de balken daarvan en zetten de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan.
7En naast hen herstelden Melatja de Gibeoniet en Jadon de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa, tot aan de zetel van de landvoogd aan deze zijde van de rivier.
8Naast hem herstelde Uzziël, de zoon van Harhaja, van de goudsmeden. Naast hem herstelde ook Hananja, de zoon van een der apothekers, en zij versterkten Jeruzalem tot aan de brede muur.
9En naast hen herstelde Refaja, de zoon van Hur, de overste van het halve deel van Jeruzalem.
10En naast hen herstelde Jedaja, de zoon van Harumaph, tegenover zijn huis. En naast hem herstelde Hattus, de zoon van Hasabnja.
Malchija, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab, herstelden het andere gedeelte, en de toren der ovens.
En naast hem herstelde Sallum, de zoon van Hallohes, de overste van het halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochters.
13De Dalpoort herstelde Hanun en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die en zetten de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan, en duizend el van de muur tot aan de Mestpoort.
14Maar de Mestpoort herstelde Malchija, de zoon van Rechab, de overste van het gedeelte van Beth-Haccerem; hij bouwde die en zette de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan.
15Maar de Bronpoort herstelde Sallun, de zoon van Kolhozeh, de overste van het gedeelte van Mizpa; hij bouwde die en overdekte haar en zette de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan, en de muur van de vijver van Siloah bij de koninklijke hof, en tot aan de trappen die neerdalen van de stad van David.
16Na hem herstelde Nehemia, de zoon van Azbuk, de overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover de graven van David, en tot de vijver die gemaakt was, en tot het huis der helden.