Nehemia 3:14
“Maar de Mestpoort herstelde Malchija, de zoon van Rechab, de overste van het gedeelte van Beth-Haccerem; hij bouwde die en zette de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 3 — omringende verzen
En naast hen herstelde Refaja, de zoon van Hur, de overste van het halve deel van Jeruzalem.
10En naast hen herstelde Jedaja, de zoon van Harumaph, tegenover zijn huis. En naast hem herstelde Hattus, de zoon van Hasabnja.
11Malchija, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab, herstelden het andere gedeelte, en de toren der ovens.
12En naast hem herstelde Sallum, de zoon van Hallohes, de overste van het halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochters.
13De Dalpoort herstelde Hanun en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die en zetten de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan, en duizend el van de muur tot aan de Mestpoort.
Maar de Mestpoort herstelde Malchija, de zoon van Rechab, de overste van het gedeelte van Beth-Haccerem; hij bouwde die en zette de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan.
Maar de Bronpoort herstelde Sallun, de zoon van Kolhozeh, de overste van het gedeelte van Mizpa; hij bouwde die en overdekte haar en zette de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan, en de muur van de vijver van Siloah bij de koninklijke hof, en tot aan de trappen die neerdalen van de stad van David.
16Na hem herstelde Nehemia, de zoon van Azbuk, de overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover de graven van David, en tot de vijver die gemaakt was, en tot het huis der helden.
17Na hem herstelden de Levieten: Rehum, de zoon van Bani. Naast hem herstelde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.
18Na hem herstelden hun broeders: Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het halve deel van Kehila.
19En naast hem herstelde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander gedeelte tegenover de opgang naar het wapenhuis aan de hoek van de muur.