Nehemia 3:19
“En naast hem herstelde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander gedeelte tegenover de opgang naar het wapenhuis aan de hoek van de muur.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 3 — omringende verzen
Maar de Mestpoort herstelde Malchija, de zoon van Rechab, de overste van het gedeelte van Beth-Haccerem; hij bouwde die en zette de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan.
15Maar de Bronpoort herstelde Sallun, de zoon van Kolhozeh, de overste van het gedeelte van Mizpa; hij bouwde die en overdekte haar en zette de deuren daarvan op, met de sloten en grendels daarvan, en de muur van de vijver van Siloah bij de koninklijke hof, en tot aan de trappen die neerdalen van de stad van David.
16Na hem herstelde Nehemia, de zoon van Azbuk, de overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover de graven van David, en tot de vijver die gemaakt was, en tot het huis der helden.
17Na hem herstelden de Levieten: Rehum, de zoon van Bani. Naast hem herstelde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.
18Na hem herstelden hun broeders: Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het halve deel van Kehila.
En naast hem herstelde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander gedeelte tegenover de opgang naar het wapenhuis aan de hoek van de muur.
Na hem herstelde Baruch, de zoon van Zabbai, met ijver het andere gedeelte, van de hoek van de muur tot aan de deur van het huis van Eljasib, de hogepriester.
21Na hem herstelde Meremoth, de zoon van Uria, de zoon van Koz, een ander gedeelte, van de deur van het huis van Eljasib tot aan het einde van het huis van Eljasib.
22En na hem herstelden de priesters, de mannen van de vlakte.
23Na hem herstelden Benjamin en Hassub tegenover hun huis. Na hem herstelde Azarja, de zoon van Maäseja, de zoon van Ananja, bij zijn huis.
24Na hem herstelde Binnuï, de zoon van Henadad, een ander gedeelte, van het huis van Azarja tot aan de hoek van de muur, zelfs tot aan de hoek.