Nehemia 6:1
“Nu geschiedde het, toen Sanballat en Tobia en Gesem de Arabier en de rest van onze vijanden hoorden dat ik de muur had gebouwd en dat er geen bres meer in was overgebleven — hoewel ik te dien tijde de deuren nog niet in de poorten had gesteld —”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 6 — omringende verzen
Nu geschiedde het, toen Sanballat en Tobia en Gesem de Arabier en de rest van onze vijanden hoorden dat ik de muur had gebouwd en dat er geen bres meer in was overgebleven — hoewel ik te dien tijde de deuren nog niet in de poorten had gesteld —
Dat Sanballat en Gesem mij een boodschap zonden en zeiden: Kom, laat ons samenkomen in een van de dorpen in de vlakte van Ono. Maar zij dachten mij kwaad te doen.
3En ik zond boden tot hen met de boodschap: Ik doe een groot werk, zodat ik niet kan afkomen; waarom zou het werk ophouden, terwijl ik het verlaat en tot u afkom?
4En zij zonden mij vier maal op deze wijze een boodschap, en ik antwoordde hen telkens op dezelfde manier.
5Toen zond Sanballat zijn knecht op dezelfde wijze de vijfde maal tot mij, met een open brief in zijn hand,
6Daarin stond geschreven: Onder de heidenen is het gehoord — en Gasmu zegt het — dat gij en de Joden van plan zijn te rebelleren; daarom bouwt gij de muur, opdat gij hun koning kunt worden, naar luid van deze woorden.