Terug naar Numeri 16
VSV
Statenvertaling

Numeri 16:34

En geheel Israël, dat rondom hen was, vluchtte op hun geschreeuw; want zij zeiden: Opdat de aarde ons ook niet verslinde.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 16 — omringende verzen

29

Als deze mannen sterven de gewone dood van alle mensen, of als zij bezocht worden naar de bezoeking van alle mensen; dan heeft de HEER mij niet gezonden.

30

Maar als de HEER een nieuwe zaak werkt, en de aarde haar mond opent en hen verslindt, met al wat hun toebehoort, en zij levend neerdalen in het graf; dan zult gij verstaan, dat deze mannen de HEER hebben getergd.

31

En het geschiedde, terwijl hij een einde had gemaakt van alle deze woorden te spreken, dat de grond die onder hen was, gespleten werd.

32

En de aarde opende haar mond en verslond hen, en hun huizen, en alle mensen die Korach toebehoorden, en al hun goederen.

33

Zij en al wat hun toebehoorde, daalden levend neer in het graf, en de aarde bedekte hen; en zij vergingen uit het midden der gemeente.

34

En geheel Israël, dat rondom hen was, vluchtte op hun geschreeuw; want zij zeiden: Opdat de aarde ons ook niet verslinde.

35

En er ging een vuur uit van de HEER, en verteerde de tweehonderd en vijftig mannen die de wierook offerden.

36

En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:

37

Spreek tot Eleazar, de zoon van Aäron de priester, dat hij de wierookvaten uit het vuur opneemt, en strooi het vuur ginds heen; want zij zijn geheiligd.

38

De wierookvaten van deze zondaars tegen hun eigen zielen, laat men er brede platen van maken tot een bedekking van het altaar; want zij hebben ze voor de HEER gebracht, daarom zijn zij geheiligd; en zij zullen een teken zijn voor de kinderen van Israël.

39

En Eleazar de priester nam de koperen wierookvaten, waarmee de verbranden geofferd hadden; en zij werden uitgeslagen tot brede platen, tot een bedekking van het altaar,