Numeri 19:1
“En de HEER sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 19 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:
Dit is de inzetting van de wet die de HEER geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij u een rode vaars brengen, zonder gebrek, waaraan geen onvolmaaktheid is, en waarop nog nooit een juk heeft gelegen;
3En u zult haar aan Eleazar de priester geven, opdat hij haar buiten het kamp brenge, en men zal haar slachten voor zijn aangezicht;
4En Eleazar de priester zal van haar bloed nemen met zijn vinger, en van haar bloed zeven maal sprenkelen recht tegenover de tent der samenkomst;
5En men zal de vaars voor zijn ogen verbranden; haar huid, haar vlees en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden;
6En de priester zal cederhout en hyssop en scharlaken nemen, en dat werpen in het midden van de brand van de vaars.