Terug naar Numeri 19
VSV
Statenvertaling

Numeri 19:5

En men zal de vaars voor zijn ogen verbranden; haar huid, haar vlees en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden;

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 19 — omringende verzen

1

En de HEER sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:

2

Dit is de inzetting van de wet die de HEER geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij u een rode vaars brengen, zonder gebrek, waaraan geen onvolmaaktheid is, en waarop nog nooit een juk heeft gelegen;

3

En u zult haar aan Eleazar de priester geven, opdat hij haar buiten het kamp brenge, en men zal haar slachten voor zijn aangezicht;

4

En Eleazar de priester zal van haar bloed nemen met zijn vinger, en van haar bloed zeven maal sprenkelen recht tegenover de tent der samenkomst;

5

En men zal de vaars voor zijn ogen verbranden; haar huid, haar vlees en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden;

6

En de priester zal cederhout en hyssop en scharlaken nemen, en dat werpen in het midden van de brand van de vaars.

7

Dan zal de priester zijn klederen wassen, en hij zal zijn vlees in water baden, en daarna in het kamp komen, en de priester zal onrein zijn tot de avond.

8

En hij die haar verbrandt, zal zijn klederen in water wassen en zijn vlees in water baden, en onrein zijn tot de avond.

9

En een rein man zal de as van de vaars verzamelen en die buiten het kamp neerleggen op een reine plaats; en zij zal bewaard worden voor de vergadering der kinderen Israëls als water der afzondering; het is een reiniging voor zonde.

10

En hij die de as van de vaars verzamelt, zal zijn klederen wassen en onrein zijn tot de avond; en het zal voor de kinderen Israëls en voor de vreemdeling die onder hen verblijft, een eeuwige inzetting zijn.