Terug naar Numeri 19
VSV
Statenvertaling

Numeri 19:14

Dit is de wet: wanneer een mens in een tent sterft, ieder die in de tent ingaat en alles wat in de tent is, zal zeven dagen onrein zijn.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 19 — omringende verzen

9

En een rein man zal de as van de vaars verzamelen en die buiten het kamp neerleggen op een reine plaats; en zij zal bewaard worden voor de vergadering der kinderen Israëls als water der afzondering; het is een reiniging voor zonde.

10

En hij die de as van de vaars verzamelt, zal zijn klederen wassen en onrein zijn tot de avond; en het zal voor de kinderen Israëls en voor de vreemdeling die onder hen verblijft, een eeuwige inzetting zijn.

11

Wie het dode lichaam van enig mens aanraakt, zal zeven dagen onrein zijn.

12

Hij zal zich daarmee reinigen op de derde dag en op de zevende dag zal hij rein zijn; maar indien hij zich op de derde dag niet reinigt, dan zal hij op de zevende dag niet rein zijn.

13

Wie het dode lichaam van enig mens aanraakt die gestorven is, en zich niet reinigt, die verontreinigt de tabernakel van de HEER; en die ziel zal uit Israël uitgeroeid worden, omdat het water der afzondering niet over hem gesprenkeld is, zal hij onrein zijn; zijn onreinheid is nog op hem.

14

Dit is de wet: wanneer een mens in een tent sterft, ieder die in de tent ingaat en alles wat in de tent is, zal zeven dagen onrein zijn.

15

En ieder open vat waarover geen deksel gebonden is, is onrein.

16

En wie op het open veld iemand aanraakt die met een zwaard gedood is, of een dood lichaam, of een been van een mens, of een graf, die zal zeven dagen onrein zijn.

17

En voor een onrein persoon zullen zij nemen van de as van de verbrandde vaars der reiniging voor zonde, en er stromend water bij doen in een vat;

18

En een rein persoon zal hyssop nemen en het in het water dopen, en het sprenkelen op de tent en op al de vaten, en op de personen die daarin waren, en op hem die een been aangeraakt heeft, of iemand die gedood is, of iemand die gestorven is, of een graf;

19

En de reine zal sprenkelen op de onreine op de derde dag en op de zevende dag; en op de zevende dag zal hij zich reinigen, en zijn klederen wassen en zich in water baden, en hij zal rein zijn bij de avond.