Numeri 19:17
“En voor een onrein persoon zullen zij nemen van de as van de verbrandde vaars der reiniging voor zonde, en er stromend water bij doen in een vat;”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 19 — omringende verzen
Hij zal zich daarmee reinigen op de derde dag en op de zevende dag zal hij rein zijn; maar indien hij zich op de derde dag niet reinigt, dan zal hij op de zevende dag niet rein zijn.
13Wie het dode lichaam van enig mens aanraakt die gestorven is, en zich niet reinigt, die verontreinigt de tabernakel van de HEER; en die ziel zal uit Israël uitgeroeid worden, omdat het water der afzondering niet over hem gesprenkeld is, zal hij onrein zijn; zijn onreinheid is nog op hem.
14Dit is de wet: wanneer een mens in een tent sterft, ieder die in de tent ingaat en alles wat in de tent is, zal zeven dagen onrein zijn.
15En ieder open vat waarover geen deksel gebonden is, is onrein.
16En wie op het open veld iemand aanraakt die met een zwaard gedood is, of een dood lichaam, of een been van een mens, of een graf, die zal zeven dagen onrein zijn.
En voor een onrein persoon zullen zij nemen van de as van de verbrandde vaars der reiniging voor zonde, en er stromend water bij doen in een vat;
En een rein persoon zal hyssop nemen en het in het water dopen, en het sprenkelen op de tent en op al de vaten, en op de personen die daarin waren, en op hem die een been aangeraakt heeft, of iemand die gedood is, of iemand die gestorven is, of een graf;
19En de reine zal sprenkelen op de onreine op de derde dag en op de zevende dag; en op de zevende dag zal hij zich reinigen, en zijn klederen wassen en zich in water baden, en hij zal rein zijn bij de avond.
20Maar de man die onrein zal zijn en zich niet zal reinigen, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van de vergadering, omdat hij het heiligdom van de HEER verontreinigd heeft; het water der afzondering is niet over hem gesprenkeld; hij is onrein.
21En het zal voor hen een eeuwige inzetting zijn, dat hij die het water der afzondering sprenkelt, zijn klederen wassen zal; en hij die het water der afzondering aanraakt, zal onrein zijn tot de avond.
22En wat de onreine persoon aanraakt, zal onrein zijn; en de ziel die het aanraakt, zal onrein zijn tot de avond.