Numeri 20:17
“Laat ons toch door uw land trekken. Wij zullen niet door de akkers of door de wijngaarden trekken, en wij zullen ook geen water uit de waterputten drinken. Wij zullen over de koninklijke weg gaan, wij zullen niet naar rechts of naar links afwijken, totdat wij door uw gebied getrokken zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 20 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes en Aäron: Omdat u Mij niet geloofd hebt, om Mij te heiligen voor de ogen der kinderen Israëls, daarom zult u deze gemeente niet brengen in het land dat Ik hun gegeven heb.
13Dit is het water van Meriba, omdat de kinderen Israëls twistten met de HEER, en Hij werd in hen geheiligd.
14En Mozes zond boden van Kádes naar de koning van Edom met deze boodschap: Zo zegt uw broeder Israël: U kent al de moeite die ons overkomen is.
15Hoe onze vaderen naar Egypte zijn afgetrokken en wij lange tijd in Egypte gewoond hebben, en hoe de Egyptenaren ons en onze vaderen onderdrukt hebben.
16En toen wij tot de HEER riepen, hoorde Hij onze stem en zond Hij een engel, en Hij heeft ons uit Egypte geleid. En zie, wij zijn in Kádes, een stad aan de uiterste grens van uw gebied.
Laat ons toch door uw land trekken. Wij zullen niet door de akkers of door de wijngaarden trekken, en wij zullen ook geen water uit de waterputten drinken. Wij zullen over de koninklijke weg gaan, wij zullen niet naar rechts of naar links afwijken, totdat wij door uw gebied getrokken zijn.
Maar Edom zei tot hem: U zult niet door mijn gebied trekken, anders zal ik u met het zwaard tegemoet trekken.
19En de Israëlieten zeiden tot hem: Wij zullen over de gebaande weg gaan, en als ik en mijn vee van uw water drinken, dan zal ik ervoor betalen. Laat mij alleen maar te voet erdoorheen trekken, meer niet.
20Maar hij zei: U zult er niet doortrekken. En Edom trok tegen hem uit met veel volk en met sterke hand.
21Zo weigerde Edom Israël toestemming te geven om door zijn gebied te trekken. Daarom week Israël van hem af.
22En de Israëlieten, de hele vergadering, trokken van Kádes verder en kwamen bij de berg Hor.