Numeri 20:19
“En de Israëlieten zeiden tot hem: Wij zullen over de gebaande weg gaan, en als ik en mijn vee van uw water drinken, dan zal ik ervoor betalen. Laat mij alleen maar te voet erdoorheen trekken, meer niet.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 20 — omringende verzen
En Mozes zond boden van Kádes naar de koning van Edom met deze boodschap: Zo zegt uw broeder Israël: U kent al de moeite die ons overkomen is.
15Hoe onze vaderen naar Egypte zijn afgetrokken en wij lange tijd in Egypte gewoond hebben, en hoe de Egyptenaren ons en onze vaderen onderdrukt hebben.
16En toen wij tot de HEER riepen, hoorde Hij onze stem en zond Hij een engel, en Hij heeft ons uit Egypte geleid. En zie, wij zijn in Kádes, een stad aan de uiterste grens van uw gebied.
17Laat ons toch door uw land trekken. Wij zullen niet door de akkers of door de wijngaarden trekken, en wij zullen ook geen water uit de waterputten drinken. Wij zullen over de koninklijke weg gaan, wij zullen niet naar rechts of naar links afwijken, totdat wij door uw gebied getrokken zijn.
18Maar Edom zei tot hem: U zult niet door mijn gebied trekken, anders zal ik u met het zwaard tegemoet trekken.
En de Israëlieten zeiden tot hem: Wij zullen over de gebaande weg gaan, en als ik en mijn vee van uw water drinken, dan zal ik ervoor betalen. Laat mij alleen maar te voet erdoorheen trekken, meer niet.
Maar hij zei: U zult er niet doortrekken. En Edom trok tegen hem uit met veel volk en met sterke hand.
21Zo weigerde Edom Israël toestemming te geven om door zijn gebied te trekken. Daarom week Israël van hem af.
22En de Israëlieten, de hele vergadering, trokken van Kádes verder en kwamen bij de berg Hor.
23En de HEER sprak tot Mozes en Aäron op de berg Hor, bij de grens van het land Edom:
24Aäron zal tot zijn volk verzameld worden, want hij zal het land dat Ik de Israëlieten gegeven heb, niet binnengaan, omdat u bij het water van Meriba tegen Mijn bevel in opstand gekomen bent.