Terug naar Numeri 22
VSV
Statenvertaling

Numeri 22:29

En Bileam zei tot de ezelin: Omdat gij mij hebt bespot; had ik nu maar een zwaard in mijn hand, want dan zou ik u nu doden.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 22 — omringende verzen

24

Maar de Engel des HEREN stond op een pad door de wijngaarden, met een muur aan deze zijde en een muur aan die zijde.

25

En toen de ezelin de Engel des HEREN zag, drong zij zich tegen de muur en kneep Bileams voet tegen de muur; en hij sloeg haar opnieuw.

26

En de Engel des HEREN ging verder en stond op een enge plaats, waar geen weg was om te wenden, noch naar rechts noch naar links.

27

En toen de ezelin de Engel des HEREN zag, viel zij neer onder Bileam; en de toorn van Bileam ontbrandde, en hij sloeg de ezelin met een stok.

28

En de HEER opende de mond van de ezelin, en zij zei tot Bileam: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal hebt geslagen?

29

En Bileam zei tot de ezelin: Omdat gij mij hebt bespot; had ik nu maar een zwaard in mijn hand, want dan zou ik u nu doden.

30

En de ezelin zei tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, waarop gij gereden hebt van het begin af tot op deze dag? Was ik ooit gewoon u zo te doen? En hij zei: Neen.

31

Toen opende de HEER de ogen van Bileam, en hij zag de Engel des HEREN staande in de weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; en hij boog zijn hoofd en viel op zijn aangezicht.

32

En de Engel des HEREN zei tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan als tegenstander, want uw weg is verdorven voor Mijn aangezicht;

33

En de ezelin zag Mij en week driemaal van Mij af; als zij niet van Mij geweken was, had Ik u inmiddels zeker gedood en haar in leven gelaten.

34

En Bileam zei tot de Engel des HEREN: Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat Gij in de weg stond om mij te weerstaan; nu dan, als het U mishaagt, zal ik terugkeren.