Terug naar Numeri 22
VSV
Statenvertaling

Numeri 22:34

En Bileam zei tot de Engel des HEREN: Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat Gij in de weg stond om mij te weerstaan; nu dan, als het U mishaagt, zal ik terugkeren.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 22 — omringende verzen

29

En Bileam zei tot de ezelin: Omdat gij mij hebt bespot; had ik nu maar een zwaard in mijn hand, want dan zou ik u nu doden.

30

En de ezelin zei tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, waarop gij gereden hebt van het begin af tot op deze dag? Was ik ooit gewoon u zo te doen? En hij zei: Neen.

31

Toen opende de HEER de ogen van Bileam, en hij zag de Engel des HEREN staande in de weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; en hij boog zijn hoofd en viel op zijn aangezicht.

32

En de Engel des HEREN zei tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan als tegenstander, want uw weg is verdorven voor Mijn aangezicht;

33

En de ezelin zag Mij en week driemaal van Mij af; als zij niet van Mij geweken was, had Ik u inmiddels zeker gedood en haar in leven gelaten.

34

En Bileam zei tot de Engel des HEREN: Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat Gij in de weg stond om mij te weerstaan; nu dan, als het U mishaagt, zal ik terugkeren.

35

En de Engel des HEREN zei tot Bileam: Ga met de mannen mee; doch slechts het woord dat Ik u zal spreken, dat zult gij spreken. Zo ging Bileam mee met de vorsten van Balak.

36

En toen Balak hoorde dat Bileam gekomen was, ging hij hem tegemoet naar een stad van Moab, die aan de grens van Arnon ligt, die aan het uiterste einde is.

37

En Balak zei tot Bileam: Heb ik u niet dringend laten roepen? Waarom zijt gij dan niet tot mij gekomen? Ben ik werkelijk niet in staat u met eer te verheffen?

38

En Bileam zei tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; maar heb ik nu enige macht om iets te zeggen? Het woord dat God in mijn mond legt, dat zal ik spreken.

39

En Bileam ging met Balak mee, en zij kwamen te Kirjath-Huzoth.