Numeri 32:21
“En indien gij allen gewapend over de Jordaan trekt voor de HEER, totdat Hij zijn vijanden van voor Zijn aangezicht verdreven heeft,”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 32 — omringende verzen
En zij naderden tot hem en zeiden: Wij zullen hier schapenkooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kleinen;
17Maar wij zelf zullen gewapend voor de kinderen Israëls uittrekken, totdat wij hen naar hun plaats gebracht hebben; en onze kleinen zullen in de versterkte steden wonen vanwege de inwoners des lands.
18Wij zullen niet terugkeren naar onze huizen, totdat de kinderen Israëls een iegelijk zijn erfdeel geërfd hebben.
19Want wij zullen niet met hen erven aan gene zijde van de Jordaan of verder; want ons erfdeel is ons toegevallen aan deze zijde van de Jordaan, naar het oosten.
20En Mozes zeide tot hen: Indien gij dit doet, indien gij gewapend voor de HEER ten strijde trekt,
En indien gij allen gewapend over de Jordaan trekt voor de HEER, totdat Hij zijn vijanden van voor Zijn aangezicht verdreven heeft,
En het land voor de HEER onderworpen is, dan zult gij daarna terugkeren en schuldeloos zijn voor de HEER en voor Israël; en dit land zal uw bezitting zijn voor de HEER.
23Maar indien gij dit niet doet, zie, dan hebt gij tegen de HEER gezondigd; en weet dat uw zonde u zal vinden.
24Bouwt steden voor uw kleinen en kooien voor uw schapen; en doet wat uit uw mond is uitgegaan.
25En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben spraken tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen zoals mijn heer gebiedt.
26Onze kleinen, onze vrouwen, onze kudden en al ons vee zullen daar zijn in de steden van Gilead;