Terug naar Numeri 32
VSV
Statenvertaling

Numeri 32:17

Maar wij zelf zullen gewapend voor de kinderen Israëls uittrekken, totdat wij hen naar hun plaats gebracht hebben; en onze kleinen zullen in de versterkte steden wonen vanwege de inwoners des lands.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 32 — omringende verzen

12

Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne de Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun; want zij hebben de HEER volkomen gevolgd.

13

En de toorn des HEREN ontbrandde tegen Israël, en Hij deed hen veertig jaar in de woestijn zwerven, totdat het gehele geslacht dat kwaad had gedaan in de ogen des HEREN was verteerd.

14

En zie, gij zijt opgestaan in de plaats uwer vaderen, een menigte van zondige mensen, om de brandende toorn des HEREN tegen Israël nog meer te ontsteken.

15

Want indien gij u van achter Hem afwendt, zal Hij hen wederom in de woestijn laten, en gij zult dit gehele volk verderven.

16

En zij naderden tot hem en zeiden: Wij zullen hier schapenkooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kleinen;

17

Maar wij zelf zullen gewapend voor de kinderen Israëls uittrekken, totdat wij hen naar hun plaats gebracht hebben; en onze kleinen zullen in de versterkte steden wonen vanwege de inwoners des lands.

18

Wij zullen niet terugkeren naar onze huizen, totdat de kinderen Israëls een iegelijk zijn erfdeel geërfd hebben.

19

Want wij zullen niet met hen erven aan gene zijde van de Jordaan of verder; want ons erfdeel is ons toegevallen aan deze zijde van de Jordaan, naar het oosten.

20

En Mozes zeide tot hen: Indien gij dit doet, indien gij gewapend voor de HEER ten strijde trekt,

21

En indien gij allen gewapend over de Jordaan trekt voor de HEER, totdat Hij zijn vijanden van voor Zijn aangezicht verdreven heeft,

22

En het land voor de HEER onderworpen is, dan zult gij daarna terugkeren en schuldeloos zijn voor de HEER en voor Israël; en dit land zal uw bezitting zijn voor de HEER.