Obadja 1:2
“Zie, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenen; gij zijt zeer veracht.”
Kruisverwijzingen
Context
Obadja 1 — omringende verzen
Het visioen van Obadja. Zo zegt de Heer HEER aangaande Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van de HEER, en een bode is uitgezonden onder de heidenen: Staat op, laat ons optrekken tegen haar ten strijde.
Zie, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenen; gij zijt zeer veracht.
De trots van uw hart heeft u bedrogen, u die woont in de spleten van de rots, wiens woning hoog is; die in zijn hart zegt: Wie zal mij ter aarde brengen?
4Al verheft gij u als de arend, en al stelt gij uw nest tussen de sterren, van daar zal Ik u neerhalen, zegt de HEER.
5Als dieven tot u kwamen, als rovers in de nacht — hoe zijt gij verwoest! — zouden zij niet gestolen hebben zoveel als hun genoeg was? Als druivenplukkers tot u kwamen, zouden zij geen nalezing achterlaten?
6Hoe worden de dingen van Esau nagespeurd! Hoe worden zijn verborgen schatten opgespoord!
7Alle mannen van uw verbond hebben u tot aan de grens gebracht; de mannen die vrede met u hadden, hebben u bedrogen en de overhand over u gekregen; wie uw brood aten, hebben een strik onder u gelegd — er is geen verstand in hem.