Terug naar Openbaring 12
VSV
Statenvertaling

Openbaring 12:6

En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar gevoed zou worden duizend tweehonderd en zestig dagen.

Kruisverwijzingen

Context

Openbaring 12 — omringende verzen

1

En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.

2

En zij was zwanger en riep, in barensnood zijnde en in pijn om te baren.

3

En er verscheen een ander teken in de hemel; en zie, een grote rode draak, met zeven hoofden en tien horens, en op zijn hoofden zeven kronen.

4

En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde; en de draak stond voor de vrouw die op het punt stond te baren, om haar kind te verslinden zodra het geboren zou worden.

5

En zij baarde een mannelijk kind, dat alle volken zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.

6

En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar gevoed zou worden duizend tweehonderd en zestig dagen.

7

En er was oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen streden tegen de draak; en de draak streed en zijn engelen,

8

Maar zij hielden geen stand; en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

9

En de grote draak werd geworpen, namelijk de oude slang, die genaamd wordt duivel en satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen, en zijn engelen werden met hem geworpen.

10

En ik hoorde een luide stem zeggen in de hemel: Nu is de zaligheid en de kracht en het koninkrijk van onze God gekomen, en de macht van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders is neergeworpen, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God.

11

En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis; en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe.